Er zijn 2 richtingen in mijn werk; introvert en extravert. In de introverte werken word ik geleid door esthetische overwegingen, ingegeven door toevalligheden, imperfecties en momenten. Het zijn vooral verstilde en minimalistische beelden; visuele gedichten als ode aan het dagelijks bestaan.
In de extraverte werken draait het om de mens: naakt, kwetsbaar, ontworteld en los van reputatie. Hij wordt geconfronteerd met zichzelf en het leven, terwijl de omgeving geen houvast biedt. Ondanks het ontbreken van zekerheden vertel ik een verhaal over verwondering en gewonnen vrijheid op existentiële angsten.